Wonen

Wanneer naar “stedenbouw”, wanneer niet ?

laatst bijgewerkt op vrijdag, 11/04/2008 - 18:05u

Vroeger moest elke aanvraag naar het agentschap RO-Vlaanderen in de volksmond “Stedenbouw” genoemd, met een procedure van ca. 6 maanden voor het kleinste tuinhuisje tot gevolg.
Sinds enkele jaren mogen gemeentebesturen in veel gevallen zelf rechtstreeks vergunningen afleveren. Achteraf moet enkel nog een kopie naar “Stedenbouw” gestuurd worden, waar men de vergunning kan schorsen als er onregelmatigheden gebeurd zijn. Deze maatregel betekent veel tijdswinst.
Samengevat kan men stellen dat het gemeentebestuur in woongebied 90% van alle aanvragen zelf kan afhandelen: de grootste uitzondering hierop zijn gebouwen groter dan 1.000 m³. In agrarisch gebied en in andere zoneringen moeten de meeste aanvragen nog naar “Stedenbouw”, vooral als het om zonevreemde gebouwen gaat.
Voor de volledige lijst moet je weer naar www.ruimtelijkeordening.be : klikken op “wetgeving”, daarna op “uitvoeringsbesluiten” en tenslotte op “Besluit van de Vlaamse regering van 14 april 2000 tot bepaling van de werken en handelingen die vrijgesteld zijn van het eensluidend advies van de gemachtigde ambtenaar”.
Opgelet, een bouwaanvraag die niet meer naar “stedenbouw” moet, kan echter wel nog voor advies naar een ander ministerie moeten worden gestuurd : de administratie Land voor de aanvragen in landbouwgebied; de administratie Wegen en Verkeer voor de aanvragen gelegen langs gewestwegen (voor Berlaar: de Aarschotsebaan), de waterbeheerder voor aanvragen gelegen in een overstromingsgebied van een waterloop, de administratie Monumenten en Landschappen voor aanvragen gelegen aan een geklasseerd gebouw of monument, … Dergelijke adviezen nemen wel minder tijd in beslag: gemiddeld een 5-tal weken.

s_btn_print